Editie MEI 2012

ONTVANG EMIGREER MAGAZINE VOORTAAN OOK IN JE MAILBOX !!

 

Top 10

Opgroeien in sociale netwerken


Door Emil Roelofs: 
Wereldschool.nl

De titel klinkt raadselachtig. Wat zijn dan sociale netwerken en hoe groei  je daar in op? Ik heb dit niet zelf bedacht, maar hoorde dit bij een lezing van de vermaarde pedagoog professor Micha de Winter. Hij betoogde dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen zich beter ontwikkelen als ze opgenomen zijn in sociale netwerken die groter zijn dan het gezin alléén. Als er bijvoorbeeld goede verbindingen zijn tussen ouders in de buurt en tussen ouders en school, dan presteren kinderen beter en hebben ze meer kans op maatschappelijk succes. “Daarom is in deze tijd van individualisering een versterking van de ‘pedagogische civil society’ nodig, waarin socialisatie een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van burgers is, en waarin het weer vanzelfsprekender is dat mensen zich het wel en wee van elkaars kinderen aantrekken”, aldus De Winter.

Leggen we deze uitgangspunten op een geëmigreerd gezin, dan is snel duidelijk hoe belangrijk het is dat kinderen ook in het nieuwe land hun sociaal netwerk vergroten tot voorbij de grenzen van het gezin. Vooral als de taal- en de culturele kloof groot is, bestaat het risico dat kinderen sterk het onderscheid blijven maken tussen wij (het gezin en de familie in Nederland) en zij (de nieuwe landgenoten).  U als ouder hebt er dus een taak bij, namelijk uw kinderen helpen snel te integreren, zodat zij hun sociale netwerk kunnen opbouwen. Het is duidelijk dat de nieuwe taal kunnen spreken wezenlijk is, maar ook deelnemen aan activiteiten buitenshuis, zoals sport, op straat met buurtgenoten spelen e.d.

Ook – en dat is wellicht het lastigste – moet het ‘wij-zij’ denken worden doorbroken. Wij komen uit een relatief goed georganiseerd land met een voor buitenlanders soms vreemde mix van calvinisme en liberalisme. Wij zijn zogezegd zuinig en ingetogen, maar ook zeggen we wat we denken en houden ons niet teveel aan (sociale) conventies. Die attitude sluit meestal niet aan bij de sociale omgangsvormen van het nieuwe land en dat leidt tot teleurstellingen en soms tot isolatie. Toch is het belangrijk de kinderen te laten wennen aan het feit dat het anders is en niet die ‘vreemde’ gebruiken te veroordelen. Immers, met veroordelen versterkt u het wij-zij gevoel. Dit niet (ver)oordelen is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar de kinderen daar buiten houden moet mogelijk zijn. Ook de gebruiken overnemen die de kinderen als het ware in de midden in nieuwe sociale context plaatsen, zijn van belang. Stel dat het de gewoonte is dat de hele klas thuis wordt uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje, doe dat dan ook en liefst op dezelfde wijze als uw buren dat zouden organiseren. Laat de kinderen meedoen aan de lokale feestdagen en wel zo dat zij hetzelfde doen als de andere kinderen. Ieder land en iedere (sub)cultuur is anders, daarom is het enige algemene recept alert te zijn op wat de gewoontes in uw nieuwe vaderland zijn en uw kinderen zich daar zo snel mogelijk in thuis te laten voelen.  Op die manier socialiseren kinderen en worden zij onderdeel van de gemeenschap.  Het is wellicht een omslag in het denken. Uw kind is anders, niet de kinderen in het nieuwe land. Die kinderen bepalen de norm, zijn maatgevend voor wat gewoon is.

Weet u al wat op de school van uw kinderen de gewoonte is? Houdt men net als in Nederland  ’10-minuten spreekuur’ of gaat dat anders? Participeren ouders ook op een andere manier of worden ze, zoals helaas op veel Nederlandse scholen gebeurt, buiten de deur gehouden? Dien je kennis te maken met de ouders van de vriendjes en zo ja, hoe doet men dat dan, terloops op straat of in het buurtcafé, of ga je op visite?