Editie MEI 2012

ONTVANG EMIGREER MAGAZINE VOORTAAN OOK IN JE MAILBOX !!

 

Top 10

Goeie ouwe tijd

Goeie ouwe tijd

Allereerst moet ik eerlijk bekennen dat ik geen flauw idee had waar Tunesië lag, toen we hoorden in 1984 dat we naar Sfax zouden worden overgeplaatst. Mijn eerste echtgenoot werkte bij een grote, Amerikaanse servicemaatschappij in de olietoestanden en we hadden net twee jaar op Sicilië gewoond. Met ontzettend veel plezier mag ik wel zeggen. Dus toen we hoorden waar we naartoe werden gestuurd, heb ik een atlas gepakt en zijn we aan het zoeken gegaan. Tot mijn grote verbazing lag ons nieuwe land niet eens zo heel ver weg: net aan de andere kant van de Middellandse Zee. In oktober 1984 hebben we de oversteek gemaakt en zijn we in Sfax terecht gekomen. Een heel andere omgeving dan het ons bekende Siracusa, maar op een bepaalde manier ook heel vertrouwd meteen.

De huizen waren niet veel anders dan de Italiaanse en we kwamen weer op steenworpafstand van de zee te wonen. In Sfax bestond toen een heel uitgebreide en zeer actieve expat-gemeenschap, met vooral heel veel Amerikanen en Engelsen. Er was een Ladiesclub, een babyclub, je kon meedoen in de dartscompetitie of met de quiltclub. Er was een aerobics-groepje, dat elke dag bezig was. Kortom, ik had geen tijd om me te vervelen of eigenlijk ook maar op onderzoek uit te gaan in de stad met zijn mysterieuze medina. Af en toe ging er een groepje dames, meestal onder leiding van een Franse expat, een ochtend de stad in om te winkelen, maar niet echt vaak. Men vond het een beetje eng en er gingen geruchten dat men in de borsten en billen geknepen werd als je door de medina liep.

Natuurlijk ging iedereen wel zijn boodschappen in de stad doen, op de Marché Central. Daar kon je immers vele soorten groenten vinden, slagers en zelfs een Maltese slager die ham en bacon verkocht. Het was natuurlijk wel ontzettend wennen aan vooral de slagers, met hun dooie koeien en schapen die bij de deur hingen. Met een kookboek en een woordenboek konden we aardig de stukken vlees krijgen die we nodig hadden en we deelden al onze bevindingen met elkaar. Er waren in die tijd helemaal geen geïmporteerde zaken; alles was lokaal en seizoen gebonden. Dus kwam iedereen altijd met grote koffers en tassen vol terug van vakantie. Etenswaren en dergelijke waren zeer geliefd. De Amerikanen kregen elke maand een hele voorraad etenswaren toegestuurd en wilden dat nog wel eens met ons delen. Heel vriendelijk!

Contacten met het thuisfront waren in die tijd natuurlijk ook veel moeilijker. Er was geen Internet, geen computer, vaak zelfs geen telefoon. Dus we deden het met de Post, die onze lange brieven per ezeltjespost volgens mij eerst naar Tunis bracht, dan met de boot over en vervolgens op de fiets of zo verder, want de brieven deden er weken over voor ze aankwamen. Je moest rekening houden met een reistijd van ongeveer 2-3 weken heen en hetzelfde voor het antwoord. Nou, geloof me, dan heb je echt moeite om een beetje bij te blijven. Wat dat betreft zijn we er nu dus ontzettend op vooruit gegaan met de e-mail, digitale fototoestellen, Internet met alle kranten die je maar wenst en natuurlijk ook BVN-tv. Ik kan me niet herinneren dat we twintig jaar geleden al veel satelliet-tv hadden.

De televisie in Tunesië had twee kanalen, nee sorry, drie. Twee nationale zenders (een in het Arabisch, de ander in het Frans) en een Italiaanse zender. Ik kwam toen net uit Italië overwaaien, dus ik kan me herinneren dat we regelmatig naar de Italiaanse tv zaten te kijken en eigenlijk zelden naar de Tunesische zender.
Eigenlijk had ik in die periode helemaal niet zo veel contact met de lokale bevolking. We hadden een druk expat leven met alle sociale contacten die we wensten en we gedroegen ons verder een beetje als toeristen, tijdelijke bewoners, van het land. Logisch ook als je bedenkt dat ik getrouwd was met een Fransman die voor een Amerikaans bedrijf werkte. We zouden hooguit een jaar of twee hier blijven en dan weer doorgaan naar een volgend land. Maar het lot had het anders beschikt.

Mijn man en ik besloten al vrij snel dat ons huwelijk geen succes was en dat we maar beter uit elkaar konden gaan. Na een 'bedenktijd' van zes maanden in Nederland was ik nog even teruggekomen naar Tunesië om het nog een keer te proberen, maar het was een onbegonnen zaak en mijn man en ik zijn gescheiden. Doordat ik het best naar mijn zin had in Sfax - een huis, een vader voor mijn kind in de buurt (we hadden inmiddels een dochter gekregen), vrienden - besloot ik daar te blijven hangen zolang mijn verblijfsvergunning het toeliet. Jullie kunnen het wel raden, denk ik, want in die periode heb ik toen mijn huidige echtgenoot ontmoet en we besloten al vrij snel om samen verder te gaan.

Nu was ik ineens nog wel een buitenlandse, maar geen expat meer. Ik hoorde nu meer bij de lokale bevolking.. En die twee groepen hadden eigenlijk weinig met elkaar gemeen. Ik voelde me alsof ik met mijn ene been in het kamp van de expat's stond en met het andere bij de Tunesiërs - het gaf een enge spreidstand die ik niet lang kon handhaven. Op dat moment heb ik dus gekozen voor mijn nieuwe thuisland en diens bewoners, voor mijn man en zijn familie en vrienden. Ik stopte met mijn lunches, met de dartscompetitie en vele andere dingen. Vanaf dat moment vind ik dat je kunt rekenen dat ik echt in Tunesië ben komen wonen - voor die tijd was ik slechts een tijdelijke gast. Inmiddels ben ik dus 'volwassen' geworden in Sfax. Met veel vallen en opstaan, leren en oefenen ben ik nu een volwaardige Sfaxi geworden. Ik hoor er helemaal bij, wordt gerespecteerd en geaccepteerd. Zoals ik ben, met al mijn Nederlandse trekjes, maar wel met een enorm begrip en accepteren van hun normen en waarden.

Geven en nemen, elkaar waarderen en vooral goed leren kennen. Dat zijn de ingrediënten volgens mij van een goede integratie. Wees duidelijk over hoe en wie je bent en toon dat je je wilt aanpassen aan hun cultuur, zelfs met je eigen identiteit. En dat werkt, echt waar.
Tunesië is de afgelopen jaren ontzettend vooruit gegaan en een modern land geworden. Hedendaagse technologie maken deel uit van het dagelijkse leven en de winkels staan vol met geïmporteerde zaken. In vele opzichten is het leven hier niet anders meer dan in Europa. Slechts de eigen identiteit en de mentaliteit van de mensen zorgt ervoor dat er toch nog grote verschillen zijn. In tradities, in cultuur en in de dagelijkse omgang met elkaar. Maar dat maakt het ook zo ontzettend rijk om hier te mogen wonen.

Ruby Fendri-van Rixel is een 48-jarige Nederlandse huisvrouw die in Sfax (Tunesië) woont, samen met haar man Hachemi (apotheker) en twee kinderen Shanna en Younes. Wonende (als vrouw) in het buitenland in een heel andere cultuur geeft haar veel om over te schrijven.