Editie MEI 2012

ONTVANG EMIGREER MAGAZINE VOORTAAN OOK IN JE MAILBOX !!

 

Top 10

Column Marisa, Privacy-fundamentalisme

Privacy-fundamentalisme

Wie emigreert, verandert niet alleen allerlei externe omstandigheden zoals land en woonomgeving. Ook innerlijk vinden er heel wat verschuivingen plaats, maar dat is een proces dat de emigratieprogramma’s op tv helaas niet belichten. Integendeel, in ‘Het Roer Om’ en ‘Ik Vertrek’ zien we juist hoe stramme Nederlanders zich in zonnig Zuid-Europa over de rooie laten jagen door de mañana-mentaliteit, wanneer ze een weekje langer op de beloofde telefoonaansluiting moeten wachten of de loodgieter voor de derde keer om een begroting moeten smeken. Machteloze woedeaanvallen volgen elkaar in rap tempo op en de emotionele melt-down bereikt regelmatig Wallstreet-achtige toestanden. En dat terwijl de meeste Nederlanders emigreren omdat ze de ratrace zat zijn en een ontspannen leven met minder stress en meer rust zoeken.

Maar zodra ze een stap in hun nieuwe land hebben gezet, houden ze met man en macht vast aan Hollandse punctualiteit en starre vaderlandse verwachtingen: een houding waarmee ze zonder twijfel solliciteren naar een plek op de hartbewaking of op z’n minst hun kans op een soepele integratie tot nul reduceren.
 In ons geval werkte het juist andersom. Op de een of andere manier waren onze verwachtingen van de Nieuw-Zeelandse maatschappij zo laaggespannen, dat werkelijk alles meeviel. Van het openen van een bankrekening tot het aanvragen van een sofinummer: telkens weer stonden we versteld van de service en de snelheid waarmee deze zaken geregeld werden. Dit waren we niet gewend! Al snel kwamen we erachter hoe groot de verschillen in bedrijfsprocessen zijn als er maar vier miljoen mensen geserviced moeten worden, in plaats van die 16 miljoen inwoners die voor ons kikkerlandje bureaucratisch gezien een chronische verstopping vormen.

Hier zijn de kantoren van de belastingdienst gewoon toegankelijk en je kunt altijd even binnenwippen met een vraag: er is toch geen wachtende voor je! De schilder die de buitenkant van ons huis een opknapbeurt zou geven, stond tien minuten na het eerste telefonische contact voor de deur. Let wel: op zondagochtend, want daar heeft de gemiddelde Kiwi geen enkele moeite mee. Omdat iedereen hier minder gespannen en minder opgejaagd is, is het weekend geen heilige tempel die met hand en tand verdedigd moet worden tegen onverwachte, potentiële klanten. In het weekend zijn de restaurants, cafés, supermarkten, kledingzaken en cadeauwinkeltjes gewoon open. Zelfs het tuincentrum verwelkomt haar klanten zeven dagen per week. En ook de makelaar zorgt dat hij op kantoor is om weekendrecreanten te woord te staan en desgevraagd op sleeptouw te nemen naar woningen die her en der te koop staan.
 

Die relaxte mentaliteit heeft allerlei voordelen. Meer ontspannenheid, meer geduld, meer vriendelijkheid. En dat – hebben we gemerkt – is langzaam ook in ons systeem gekropen, alhoewel dat er niet naar uit zag toen we hier voet aan wal zetten! Toen wij hier arriveerden en na enkele maanden met een bouwbedrijf in zee gingen voor ons nieuwe huis, hadden we tot grote verbazing van de bouwer zeer strikte opvattingen over het  gewenste aantal slaapkamers: één om precies te zijn. We bedachten namelijk dat familie en vrienden die de lange reis zouden wagen om ons hier te bezoeken, vooral niet op het idee gebracht moesten worden dat ze misschien wel vier weken lang op onze nek konden komen zitten. Oh no, mister! Daar hadden we op voorhand helemaal geen trek in: we zagen ons al koortsachtig in de lijntjes van onmogelijke ouders lopen en als een ware Basil Fawlty in duizend bochten wringen om veeleisende vrienden tevreden te stellen. Gewaarschuwd door de don’t-try-this-at-home-verhalen van mede-immigranten die door logeerlustige schoonouders over de rand van een zenuwinzinking waren geholpen, zouden deze twee privacy-fundamentalisten wel gewoon een onderkomen voor ouders en andere aanhang huren. Opgeruimd staat netjes! 

Maar, zoals reeds aangekondigd, Nederlandse opvattingen houden geen stand in het buitenland. Die eerste zomer keken we onze ogen uit: Kiwi-land ging massaal op vakantie. En hoe! Iedereen uit het zuiden verplaatste zich naar het noorden en visa versa; de stedelingen trokken opgetogen naar het platteland dat hier allesbehalve plat is, en de plattelandsbevolking zette vastberaden koers naar koele kusten, bergen en meren. In elke voor-, zij- en achtertuin verschenen tenten en campers, en families van dik twintig man zetten zich vol overgave aan een eindeloze reeks barbecue-momenten. Niet om zomaar een dagje gezellig bij te kletsen… de standaard leek voor te schrijven dat de onderlinge band minimaal twee weken lang versterkt zou worden!

Onze buren verhuurden hun huis dankbaar aan verre vrienden van vage kennissen en vertrokken zelf met koffer en slaapzak naar de garage-annex-logeerbunker van de ex-collega van de buurman van hun achterneef op een dag rijden afstand van hier. Toen ik vrienden in Auckland mailde dat ik een tweedaagse workshop in de stad zou volgen en opperde dat we dan misschien ‘s avonds uit eten zouden kunnen gaan, kreeg ik meteen opdracht m’n hotel te cancellen... en zo kroop ik dat weekend onwennig in hun fris opgemaakte logeerbed, inclusief warmwaterkruik en gezellig snorrende kat.
 Ons droomhuis met die ene slaapkamer kwam er nooit. In plaats daarvan vielen we op een boerderij met maar liefst vier slaapkamers en drie badkamers. ‘Great for entertaining’, wist de makelaar over de reuzekeuken te melden, terwijl de eigenaar met een dromerige blik in de ogen vertelde hoe hij tijdens een monsterlogeerpartij dertig mensen in huis, garage en wijnkelder had weten weg te stouwen. We knikten braaf en schaften zonder morren een extra kingsized bed aan.

Inmiddels zijn Arjan’s ouders hier maar liefst vijf weken geweest; met heimwee denken we terug aan de etentjes op het zonovergoten terras en de ouderwets gezellige kaartavondjes. Onze logeerfobie heeft het definitief afgelegd tegen de aanstekelijke Kiwi-gastvrijheid; bezoek uit het buitenland bezorgt ons geen paniekaanvallen meer. Het motto in deze: als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen. Dus al bent u de voormalige schoonzoon van een kennis van m’n oudtante’s huishoudster: de deur staat altijd open!
 

Marisa Garau (Delft, 1968) is schrijfster. Na haar eerste boek over mindfulness (Lannoo, 2007) schreef zij een boek over haar emigratie naar Nieuw-Zeeland: www.eenjaarmet2zomers.nl