Editie MEI 2012

ONTVANG EMIGREER MAGAZINE VOORTAAN OOK IN JE MAILBOX !!

 

Top 10

Berg Gård, Noorwegen

De aanloop

In september 2005 hebben we de stap gewaagd. Emigreren naar Ringebu in Noorwegen. Al wat vooraf ging zal ik jullie besparen, maar wie geïnteresseerd is wil ik daar wel eens wat over vertellen. Voor wat betreft: ”zo wonen wij” was dat voor ons best wel spannend. I

In juni 2005 zijn we met het gezin naar Noorwegen getrokken om werk te vinden. Het vinden van werk was een “must”, want er moest wel brood op de plank komen. Dat werk vond ik en dat kreeg ik te horen toen we alweer een week in Nederland waren. Dat was de eerste week van juli 2005.
Dan heb je een baan en wordt het circus in gang gezet: alles in Nederland inpakken en vertrekken zodat je in oktober kunt beginnen. Dat is kort dag, als je dan al juli is. En een huis in Noorwegen hadden we nog niet. In Nederland hadden we een huurhuis. Door alle emigratiekosten en het gebrek aan pecunia’s wat daar uit voortvloeide, was er geen geld om een huis te kopen in Noorwegen.

We hadden immers geen geld uit verkoop van een huis in Nederland wat we daarvoor konden aanwenden. Het zou dus, in ieder geval voorlopig, weer huren worden.
Maar hoe kom je dan aan een huis in Noorwegen? Hoe regel je dat? Mijn zwager is met zijn gezin in januari 2005 naar Ringebu geëmigreerd en dat was handig natuurlijk: hij kon mooi voor ons in de rondte kijken en contacten aanboren. Nu hadden we in die tijd al prima contact met de burgervader van Ringebu, en met de man die mij aan werk geholpen had, Einar. Einar heeft enig aanzien in Ringebu en de nodige onroerende goederen. Een huis in Ringebu opduiken is geen probleem, want er staat genoeg leeg. Niet alleen in het dorp Ringebu, maar ook in de directe omgeving. “Nou, dat is dan mooi, heb je het toch voor het uitzoeken?” zou je zeggen. Dat is wel zo, maar we hadden nog noten op onze zang ook. Kijk, we woonden in Blokker, Noord-Holland en dat was 25 jaar geleden een pittoresk dorpje. Nu niet meer. Alle weilanden zijn volgebouwd, ik kon niet meer met goed fatsoen in de tuin zitten van de herrie en als ik uit het raam keek, keek ik uit op een prachtige bakstenen muur van het huis van de overburen die het nodig hadden gevonden hun huis uit te breiden met de nodige vierkante meters. Daarnaast heb ik twee dochters en een vrouw die helemaal mesjogge zijn van dieren. We hebben ook een paard.

In Nederland hebben we pogingen gedaan om in Elspeet te gaan wonen. Vergeefs helaas, we moesten het dus doen met de achtertuin in Blokker en het paard in een pensionstalling. Ringebu lijkt heel veel op Elspeet: qua mentaliteit en qua omgeving. Nou ja, je hebt hier meer bergen natuurlijk. Iedereen kent iedereen, je bent hier op elkaar aangewezen en daar moet je wel van houden. Wij houden daarvan. Het is een boerenomgeving. Noorwegen bood ons de kans die we in Nederland nooit zouden krijgen: leven op het platteland. (een wat foute woordkeuze misschien).
“Ik wil wel emigreren,” zei Juliëtte, mijn vrouw, “maar dan moeten we er wel op vooruit gaan. Het liefst heb ik de dieren dicht bij het huis.” Dieren ja, want toen hadden we ook nog 11 cavia’s en twee kippen. En die moesten ook mee. Het mooiste zou dan ook een boerderijtje zijn of zo.  We regelen een huis

Als je in Nederland achter je PC zit te E-mailen met Noorwegen heb je er geen benul van over wat voor huizen je het hebt als je wat aangeboden wordt. We hadden in juni natuurlijk wel wat rond gekeken, maar de nadruk lag toen op het vinden van werk. Inmiddels was het half augustus en in de kamers begonnen redelijk veel verhuisdozen te voorschijn te komen. De internationale verhuizer was besteld voor 23 september. En nog geen huis in Norge. Zenuwachtig mailde ik Einar of hij al wat had. “Ik zal nog eens gaan kijken voor je, “ mailde hij terug, “maar ik ga eerst even een weekje naar Madagascar! Ik mail je wel!”
Echt geruststellend was dat niet en eind augustus mailde ik hem nog weer eens dringend of hij nieuws had. “O ja, dat had ik beloofd, ja dat is ook zo! Ik ga wel even voor je kijken!”. Toen ik hem daarop antwoordde dat het wel kort dag werd, schreef hij terug dat we desnoods wel tijdelijk in één van zijn leiligheter mochten trekken. Daar hadden we weinig trek in: emigreren is al ingrijpend genoeg en dan even tijdelijk ergens geparkeerd worden, nee dank u wel.

Uiteindelijk kwam Einar met een mogelijkheid: een huis ergens in Brekkom. Brekkom is een gebied op de berghelling ergens tussen Ringebu en Fåvang. “Ik ga wel even kijken en foto’s nemen”, bood Yvette, mijn schoonzuster, aan. En aldus geschiedde. De dag daarop kregen we een Email en foto’s terug. Het was geen geweldige stek: ergens boven op de berghelling, een slechte weg naar boven (dat belooft wat ’s winters) en eigenlijk niet eens zo groot voor ons gezin. Wel met een stal. Maar de nadelen waren groter dan de voordelen en we besloten voorzichtig te bedanken.
“Geen punt,” schreef Einar, “ik kijk wel naar wat anders”. Dat was de eerste week van september. We begonnen hem toch wel een beetje te knijpen. Het zal je toch niet gebeuren dat de verhuiswagen voor de deur staat en je moet zeggen: “Breng de handel maar naar de opslag”. Toen kwam Einar met een voorzichtig aanbod: ”Tja, ik heb wel wat gevonden, maar de eigenaar moet er nog even over denken. En die gaat nou een weekje de berg op, vissen. Daarna besluit hij wat hij doet. Bovendien zitten er nu twee buitenlandse zakenlui in, maar die vertrekken 17 september”.

We vroegen om foto’s en of Ed, mijn zwager, even kon gaan kijken. “Nou ja, dat ligt wat moeilijk, want de eigenaar is een beetje een vreemde, een soort kluizenaar. Je moet hem vooral niet pressen.” vertelde Einar. Nou, lekker dan. Weten we nog niks. Gelukkig ligt het huis redelijk aan de weg, dus Yvette nam stiekem vanaf de weg wat foto’s en stuurde ze door. Het huis zag er mooi uit, geen bouwval of zo, goed genoeg voor ons in ieder geval.
De visweek op de berg ging voorbij en Einar vroeg aan de eigenaar wat hij besloten had. De eigenaar, Jørgen Ole Berg, ging akkoord. Op stel en sprong werden de verkenningstroepen gemobiliseerd om een praatje en foto’s te maken. Jørgen, Einar en Ed zijn door het huis gelopen en Ed heeft een uitgebreide reportage gemaakt en doorgestuurd naar ons. We hadden inmiddels geen nagels meer op onze vingers zitten en waren blij verrast met de foto’s.

Het was helemaal “ons ding”. En op een boerderij. Berg Gård: de boerderij van Berg. Op de boerderij staan een aantal huisjes en ons huis, een sveitserbolig, was daar dus één van. Een deel van de kelder zou voor Jørgen gereserveerd blijven, hij had daar zijn vriezer staan. Jørgen woont in het originele tømmerhus / woonhuis van de boerderij Einar faxte een concept huurcontract naar mijn toenmalige Nederlandse werkgever en dat stuurde ik per omgaande ondertekend terug. We hadden een dak boven ons hoofd. Een behoorlijk knap dak, faktisk, we konden de stap met gerust hart gaan nemen.
 Naar NoorwegenZo werd het dan 25 september 2005 en reden we die dinsdagmorgen de oprijlaan op naar ons huis. Jørgen was ons in zijn auto voorgegaan om de weg te wijzen. Oprijlaan is misschien een groot woord, maar het is zo’n beetje honderd meter van het huis naar de weg en naar mijn idee beschik je dan over een oprijlaan. We stapten uit en Jørgen ging ons voor om de deur open te doen en een rondleiding door het huis te geven.

Over dialect gesproken: ik moest alle zeilen bijzetten om hem te begrijpen. Maar het huis voldeed helemaal aan onze wensen: het was groter dan de foto’s deden vermoeden en de meiden kregen alle twee een kamer waarvan ze in Nederland alleen maar van zouden kunnen dromen. Goed, er moest wel wat aan gebeuren: een nieuwe toiletpot bijvoorbeeld, een afzuigkap in de keuken plaatsen, de douche was ernstig aan renovatie toe en een veranda bouwen bijvoorbeeld. Maar daar lagen we voorlopig niet wakker van. Bovendien zou alles wat ik aan het huis verspijkerde van de huur af gaan. Na de rondleiding liet Jørgen ons alleen en daar stonden we dan. In onze auto lag alleen het meest noodzakelijke om de eerste dagen door te brengen, want onze spulletjes zouden pas over twee dagen arriveren. 

Het huis is zoals gezegd een sveitserbolig. In een dergelijk huisje woont de man die op een boerderij voor de koeien zorgt. Het huis is gebouwd in 1958 en is daarmee van hetzelfde bouwjaar als ikzelf. Het is dan ook gebouwd volgens de normen van die tijd. Het is niet voorzien van thermopane, maar van dubbele beglazing met voorzetramen, de isolatie is 15 cm dik en niet van Rockwool of Glava, maar van ander spul. De elektrische installatie is ook uit die tijd en uitgelegd op 10 ampère, wat voor een huishouden van vandaag de dag te weinig is. Alles is van hout, met uitzondering van de grunnmur en de schoorsteen. Dat zijn de enige gemetselde constructies aan het huis. In 1996 heeft het huis een renovatie ondergaan: er is een nieuw dak op gezet en het is rondom geschilderd.

Er is een kelder die uiteraard het gehele oppervlak van het huis beslaat en bestaat uit drie vertrekken. Deze kelder was in vroeger tijden de keuken en de opslagruimte voor eten en cokes. Nu is de kelder de plek voor de wasmachine en de droger. De kelder is niet verwarmd. Er staat een plaatkachel waar vroeger brood op gebakken werd, maar die kan niet meer gebruikt worden. Voorts staat in één van de vertrekken een cokeskachel. Een kanjer van een kachel, maar je kunt er geen hout in branden. De kelder is niet geïsoleerd en in de winter dan ook koud. De kelder is met 1 muur tegen de fjell gebouwd en is wel droog.

In alle vertrekken zitten kleine ramen. Op de eerste etage bevinden zich de voorhal met het toilet, de hal, de douche, de keuken, de huiskamer en een kamer die we bestempeld hebben als de ouderlijke slaapkamer. Op de tweede etage bevinden zich de slaapkamers van de meiden en een heel klein kamertje wat we gebruiken voor de dieren. Voorts zijn de kamers van de meiden voorzien van hele diepe kasten (onder het dak) en een grote, diepe kast op de gang. In het kleine kamertje komt de elektriciteit het huis binnen en zit de 24 ampère hoofdzekering. Tenslotte bevindt zich op de gang van de tweede etage nog een luik in het plafond wat toegang biedt tot de zolder. Dat is geen vertrek, maar een ruimte direct onder het ongeïsoleerde dak. Daar vriest het ’s winters dan ook gewoon. Het is wel een prima plek om de (vele) kerstspullen op te bergen.
VerwarmingGestookt wordt er met houtkachels, in de huiskamer staat een knoert van een etagekachel, een Bjørn van Drammens jern. Ik heb altijd graag een stoomloc willen besturen en dit lijkt er wel aardig op. Voorts staat er een Jotul 506 in de keuken en een Jotul 306 boven in de kamers van de meiden. Op onze slaapkamer, op de eerste verdieping, hangt een elektrische paneelkachel, maar die gebruiken we niet, want dat kost te veel stroom. Het huis is slecht geïsoleerd en thermisch dan ook zo lek als een mandje. Als het echt koud is, wordt de kachel in de huiskamer en de keuken de hele dag gestookt en gaat er heel wat hout doorheen.

De kamers zijn voorzien van deuren en de warmte is goed te regelen, althans in de vertrekken waar je leeft. De kelder is niet verwarmd en daar moet bij strenge vorst een elektrisch kacheltje bij de wasmachine gezet worden, anders bevriezen de waterleidingen en de leidingen in de machine zelf.
De douche is ook niet verwarmd en daar staat dan ook een elektrisch radiatorkacheltje. Die zetten we in de winter aan als we gaan douchen en uit als we klaar zijn. Twee uur na het douchen staat het ijs op het ontluchtingsluikje. De douche moet gerenoveerd worden en daar is voor de toekomst vloerverwarming gepland. De voorhal en de hal zijn ook niet verwarmd en daarmee ook redelijk fris als het vriest. Omdat de WC in de voorhal gesitueerd is, hebben we daar een klein elektrisch kacheltje geplaatst (300 Watt) anders bevriest de pot.In de douche en de wc hingen elektrische straalkachels. Zonder thermostaat, maar wel regelbaar met een driestanden schakelaar. Die hebben we in het begin heel even gebruikt, maar los van het feit dat het stroomvreters zijn, zijn ze levensgevaarlijk en in Nederland al sinds de Middeleeuwen verboden. In de douche heb ik het (roestige!) ding weg gesloopt, in het toilet heb ik hem buiten werking gesteld. Omdat het huis voorzien is van ramen in alle vertrekken, is het in de winter direct een stuk behaaglijker als de zon schijnt als gevolg van het kas-effect. Echt koud hebben we het niet gehad en je kunt maatregelen treffen om de warmte te behouden / economisch te benutten.

ElectriciteitDe elektrische installatie is oud. Te oud, naar mijn idee. De stroom wordt met een bovengrondse leiding aangeboden bij de hoofdzekering van 24 Ampère en gaat van daaruit naar de zekeringenkast / verdeelkast. Er is geen aardlekschakelaar en ook geen overspanningbeveiliging. Jørgen heeft wel alle elektra in de keuken laten vernieuwen en Gudbrandsdal Energi heeft ons voorzien van een nieuwe stroommeter die het stroomverbruik keurig doorseint naar de centrale. De elektrische installatie is na vernieuwing van de elektra in de keuken opnieuw gekeurd en goed bevonden. Merkelig, synes jeg. Veel schakelaars in het huis zijn van het type draaischakelaar die met een grote “klak!” aangeven dat ze het nog steeds doen. De één na de ander begeeft het en vervang ik door een gewone opbouwschakelaar. Van een wandcontactdoos in de douche ligt men hier niet wakker en ook niet van het feit dat de leidingen beginnen te verkruimelen als je die probeert te strippen. 

Eten bewaren
In de keuken bevindt zich een diepe kast. Een provisiekast. Heel erg handig en ’s winters gewoon een levensgrote koelkast. Ook in de zomer blijft de etenswaar redelijk koel. De afgelopen twee weken is het hier erg heet geweest en de temperatuur in de kelder was bijzonder aangenaam. Ook daar kun je dus heel goed eten bewaren. Juliëtte heeft de kunst van het jam maken en inmaken van lekkere dingen heruitgevonden en daarbij maken we dankbaar gebruik van die koele ruimtes.  Ben je tevreden met je huis?Als je de opsomming hierboven nog eens doorleest kun je ja afvragen: “Waarom ben je daar gaan zitten, je noemt alleen maar nadelen op!” Zo moet je het niet zien. Het zijn de zaken die naar mijn idee verbetering behoeven, maar we zitten hier fantastisch. We zijn geen gezin wat smacht naar luxe: een douche met gouden kranen of een super-de-luxe keuken is voor ons echt niet nodig. Less is more. Het huis is gezellig. Het voelt goed. Dat heb je wel eens met huizen: het moet goed voelen. En dat doet dit huis. Bovendien is het uitzicht absoluut fabelachtig. Vinden wij.               

Het huis moet functioneel zijn en dat is het. We hoeven niet voorzichtig te zijn dat er iets stuk zal gaan, of dat we voorzichtig naar binnen moeten gaan omdat de vloer anders beschadigd. Het is echt een boerderijhuis. Als het hier regent is het trottoir niet nat, nee, het pad is dan een modderbad. En dan moet je gewoon je halletje in kunnen stappen zonder daar over te hoeven nadenken. Het huis is helemaal ons ding. De paarden staan in de oude fjøsse, waar ik de stallen compleet gerenoveerd heb. Met hout van Jørgen, want dat ligt hier genoeg, vers uit eigen bos. Jørgen vindt elk uurtje wat ik aan het huis verspijker helemaal geweldig, want dan wordt er tenminste een beetje onderhoud aan gepleegd. Zo is hij blij en zo zijn wij blij.
Kopen zit er voor ons voorlopig niet in en eerlijk gezegd hoef ik niet zo nodig. “Å leie et hus er som å kaste penger ut av vinduet”, zeggen de Noren. Huren is geld uit het raam gooien. Kan zijn, maar op dit moment kunnen we doen en laten wat we willen en hoef ik me geen pijn in mijn buik te maken over grote reparaties aan een gekocht huis. Want vroeg of laat kom je daar een keer voor te staan, met een eigen huis.  

We wonen hier nu bijna twee jaar. Het huis voelt als thuis. Wat willen we dan nog meer?